Biografie

Niek Hendriks zag het levenslicht in een niet nader te noemen gehucht bij de Duitse grens, in het jaartal 1959. Vanaf zijn vroegste jeugd was hij gegrepen door wat woorden op een rij gezet voor hem en anderen konden betekenen. Zijn voorliefde voor de Nederlandse taal kreeg hij met de paplepel ingegoten: hij las de geschriften (brieven, kinderboeken, korte verhalen en memoires) van zijn vader, die als onderwijzer kinderen versteld deed staan door zijn onmetelijke fantasie en inzet om iets leuks en spannends te vertellen. Niek schreef zijn eerste boekjes over goed en kwaad en wie er dikwijls aan het kortste eind trok, om ze door zijn zusje in te laten binden en van een omslag naar haar inzicht te voorzien.
 

Met het vorderen van zijn leeftijd gingen zijn verhalen over in verslagen van zijn eigen wel en wee, en dan voornamelijk zijn wee. Hij stuurde zijn eerste manuscript op naar een uitgever toen hij achttien was, maar werd niet goed genoeg bevonden. Dat verbaasde hem achteraf bezien in feite niet. Het was te veel van het goede, of het slechte, dat zich in zijn turbulente leventje had afgespeeld. Niek was echter niet van slag te krijgen door een enkele mislukking. Hij bleef jaren in zijn eigen wereldje verzonken, tot en met zijn dertigste, toen hij eindelijk de geest kreeg door het venster naar de buitenwereld op een kier te zetten en op die manier te trachten eindelijk een boek tot aan het eind toe te voltooien. Dat lukte niet.
 

Op zijn vijfendertigste hing hij zijn passie om een boek te schrijven aan de wilgen. Hij had besloten dat hij er nooit eentje zou voltooien dat zijn goedkeuring weg kon dragen. Alles wat hij tot dan toe aan het papier had toevertrouwd, verdween in snippers in de gehaktmolen van het leven. Hij bleef volharden om de pen niet meer ter hand te nemen totdat hij zijn vriendin voor het leven tegenkwam. Hij liet haar zijn nieuwste probeersels om de wereld vorm te geven lezen en werd nogmaals, ditmaal heel zachtaardig, op zijn plek teruggewezen. Dat was voor hem, zo dacht hij, het begrijpelijke einde van een nooit tot stand gekomen carrière als beginnend schrijver.
 

Die rouwperiode, want dat was het voor hem, eindigde na vijftien jaar, toen zijn vriendin hem er niet voor  het eerst toe zette om weer helemaal opnieuw, met nieuwe ogen, naar de wereld om hem heen te kijken en het venster zo ver open te zetten dat er ook een frisse wind kon blazen. Ineens vielen alle woorden op hun plek en kon hij zeggen dat hij eindelijk zijn eerste boek, natuurlijk ongepubliceerd, had afgeschreven. Hij had er zes jaar over moeten doen, en heeft het nooit naar wie ook opgestuurd: het ligt er nog altijd te liggen, omdat het een tweede kijk, een tweede kans om ingeslopen fouten te herstellen, bij hem opriep. Dat was in het jaar 2000. Zijn tweede, derde en vierde boek voltrokken zich in hoger tempo, totdat hij zoveel romans en verhalen had geschreven dat hij ze ter hand nam om ze nog een laatste blik te gunnen, te herschrijven en waarachtig ook te publiceren. Zijn eerste boeken verschenen in 2021 en 2022, maar hij is inmiddels zover dat hij haast zet achter alle nooit herschreven boeken en zich nu ten doel gesteld heeft om voorlopig niet iets nieuws ter hand te nemen, maar het oude materiaal de aandacht te schenken dat het kennelijk verdient.
 

Wat wel nieuw is, is zijn nooit gedachte passie om gedichten met en zonder rijm te schrijven. Hij staat op het punt zijn eerste bundel af te sluiten en te publiceren, zeker omdat het een eerbetoon geworden is aan zijn vriendin die hem helaas onlangs ontvallen is en om zijn aandacht roept. Het worden eenenzeventig sonnetten voor de eenenzeventig jaren dat ze heeft geleefd zonder ooit (h)erkenning voor haar eigen leven op te eisen, of haar eigen doodsstrijd. Hij hoopt haar binnenkort het recht te doen waar God of de voorzienigheid om vraagt. Het is een bundel vol emoties, over Jeanette zelf natuurlijk, maar ook over mensen, vrienden en familie, hulpverleners die of wel of niet een rol gespeeld hebben in het rouwproces dat Niek heeft moeten ondergaan om haar verlies op zijn manier, al doende - werk in uitvoering - te verwerken. De bundel zonder rijm betreft het overige leven en gaat over alle mogelijke onderwerpen die een mens onderweg zoal kan tegenkomen. Die staat later in de tijd geprogrammeerd, maar bevat al bijna even delicate onderwerpen als de dood, die naar het schijnt bij het leven hoort maar een aparte plek inneemt in ieders al dan niet te zwaar bevonden bestaan. Waar Niek nu op hoopt, is dat hij genoeg tijd krijgt om ze allemaal nog voor zijn eigen dood te publiceren.
Duimen maar, dus.